Energiegevers en -vreters

Elk jaar voel ik het weer: tegen de tijd van de schoolvakanties ben ik doodop en heb ik de hele vakantie nodig om bij te tanken. Ik vind mijn werk leuk maar hoe ga ik het op deze manier volhouden tot mijn 65e?”. De docente die tegenover me zit weet zich eigenlijk geen raad meer. Ze is in de loop der tijd gaan twijfelen aan haar geschiktheid voor haar werk.  Als het leuk werk is en je doet het graag, dan word je er toch niet zo ontzettend moe van? Haar twijfels hebben haar zover gebracht dat ze steeds vaker erover denkt om het onderwijs te verlaten. Maar ja, wat dan? Ze hoopt bij mij in de gesprekken erachter te komen waar haar kwaliteiten liggen (het liefst de tot dan toe onontdekte talenten) en helder te krijgen welk soort werk het beste bij haar past.

Het eerste wat ik met haar besluit aan te pakken is hoe ze in haar huidige werk staat. Oftewel: in plaats van te ontdekken hoe verder te gaan in de loopbaan, gaat ze onderzoeken wat haar in de weg staat om te doen wat ze echt zou willen. Waardoor wordt het patroon van vermoeid zijn tegen de vakanties steeds weer in stand gehouden? Want ook al zou ze daadwerkelijk het onderwijs willen verlaten: ze neemt zichzelf mee, en daarmee haar stijl van werken.

Mijn ervaring is dat docenten die ik spreek, zonder uitzondering bevlogen mensen zijn. Ze voelen zich verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs en hun lessen, voor de ontwikkeling van de leerlingen, voor de goede naam van de school. De docente die hier nu tegenover me zit is daarop geen uitzondering. Ze vindt daardoor dat ze de hele dag aanspreekbaar moet zijn voor iedereen: voor de leerlingen, de ouders, de collega’s etc. Iedereen kan altijd een beroep op haar doen. En  ’s avonds zit ze haar werk voor de volgende dag voor te bereiden, proefwerken na te kijken e.d.

Eén van de opdrachten die ze van me krijgt is om bij te houden welke van al haar taken haar energie geven, en welke haar energie kosten en als het ware “leeg zuigen”. De taken waarvan ze energie krijgt zijn er heel wat, terwijl er bij de energievreters maar een paar taken staan. Maar één enkele taak die bij de energievreters staat, weegt bij nadere beschouwing véél zwaarder dan al die energiegevers bij elkaar: het mentoraat. Dat doet ze sinds enkele jaren. Destijds is ze er met enige tegenzin aan begonnen “omdat het mij gevraagd werd en niemand anders daar tijd voor had, en iemand moest het doen”. Prijzenswaardig dat verantwoordelijkheidsbesef, maar het was niet goed voor haar en dan uiteindelijk ook niet voor de leerlingen en de school. Dus waarom niet die taak afstoten?  Zo had ze het nog nooit bekeken en bovendien: ze wilde haar leidinggevende niet opzadelen met een probleem.

Twee sessies hebben we eraan besteed hoe ze haar huidige situatie zou bespreken met haar leidinggevende (want daar zag ze enorm tegenop) en voegde vervolgens de daad bij het woord. Resultaat van het gesprek: het mentoraat zou met ingang van het nieuwe schooljaar naar een andere collega gaan en haar werd gevraagd welke andere taak ze daarvoor in de plaats kon uitvoeren.

Met het wegvallen van het mentoraat ontstond er ruimte om nader te onderzoeken wat ze binnen haar school en haar uren kon gaan doen. Ander werk was dus niet meer aan de orde, wel: anders omgaan met haar werk én grenzen en wensen duidelijk aangeven en bespreken.

Hoe zit het met de energiegevers en –vreters in jouw werk? Kijk op energiehuishouding

Jolanda Oorschot is loopbaanadviseur bij ProMotion.